Archief

  1. Home
  2. Informatiebank
  3. Inkomstenbelasting
  4. Schijven en tarieven inkomstenbelasting 2019

Schijven en tarieven inkomstenbelasting

De inkomstenbelasting bestaat uit box 1,2 en 3. Elke box kent zijn eigen schijven en tarieven waarop de belasting wordt berekent. Elke schijf in de inkomstenbelasting kent een ander tarief. Dit komt omdat Nederland een progressief belastingstelsel kent. Door het belastbaar inkomen naast de schijven te leggen, valt af te leiden tegen welk tarief er belasting moet worden betaald. Wij behandelen hieronder de schijven en tarieven voor de inkomstenbelasting voor alle boxen. Ook treft u hier enkele rekenvoorbeelden om de informatie te verduidelijken. Tevens vertellen wij u graag meer over de toekomstplannen met betrekking tot de schijven en tarieven.

Hulp nodig met de inkomstenbelasting?

Wij helpen u graag met uw inkomstenbelasting vragen. Neem contact met ons op via het contactformulier, of het terugbelverzoek

Box 1 tarieven 2019

De tarieven uit de eerste 2 (van de 4) schijven bestaan in box 1 niet enkel uit belastingen, maar ook uit sociale premies. Deze sociale premies dragen bij aan de Algemene Ouderdomswet (AOW), Algemene nabestaandenwet (ANW) en de Wet langdurige zorg (WLZ). De belastingen en volksverzekeringspremies worden automatisch ingehouden bij de loonbelasting, die in de belastingaangifte worden verrekend met de inkomstenbelasting. De 2 overige (hogere) schijven bestaan volledig uit belastingheffing.

Vanaf het moment dat een persoon de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, stopt de betaling van de AOW-premie. Daarom is het (totale) tarief in schijf 1 en 2 voor iemand die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft behaald een stuk lager dan voor iemand die nog geen recht heeft op AOW. Aangezien de laatste 2 schijven volledig uit belastingheffing bestaan, zijn die voor wel- en niet AOW’ers exact hetzelfde.

Schijven en tarieven box 1 voor een persoon die de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt

Schijven en tarieven box 1 2019 geen AOW

Schijven en tarieven box 1 voor een persoon die de AOW-leeftijd heeft bereikt (<1946)

schijven en tarieven box 1 voor AOW-gerechtigde

Rekenvoorbeeld box 1

Uit de afbeeldingen hierboven valt op te maken hoeveel belasting en premies (samengevoegd) u verschuldigd bent bij een bepaald inkomen. Om dit concreter te maken geef ik hieronder enkele rekenvoorbeelden.

  • Belastingberekening bij een box 1 inkomen van €15.000 (geen recht op AOW)

Het totale inkomen in 2019 bedraagt €15.000,-. De eerste schijf van box 1 heft belasting tot een inkomen van €20.384,- (zie tabel hierboven). Bij een inkomen van €15.000 bent u hierover (in beginsel) 36,65% belasting over verschuldigd.  €15.000 X 36,65% = €5497.50. Van dit belastingbedrag mogen de heffingskortingen nog in mindering worden gebracht.

  • Belastingberekening bij een box 1 inkomen van €25.000 (geen recht op AOW)

Bij een inkomen van €25.000 hebben we niet alleen met de eerste schijf, maar ook met de 2e schijf te maken in box 1. Dit komt omdat het inkomen boven de €20.384,- uitkomt. Om het belastingbedrag te kunnen berekenen, moeten we eerst het maximale bedrag uit schijf 1 berekenen. Vervolgens moet dit aangevuld worden met het gedeelte uit schijf 2. Dit ziet er als volgt uit:
€20.384,- X 36,65% = €7.470
€4.616 X 38,10% = €1.758 (€25.000 – €20.384 = €4.616)
€7.470 + €1.758 = €6.468,-
Het totale belastingbedrag bij een inkomen van €25.000 bedraagt €6.468. Evenals bij voorbeeld 1, is dit bedrag nog voor de aftrek van heffingskortingen.

  • Belastingberekening bij een box 1 inkomen van €75.000 (geen recht op AOW)

Een inkomen van €75.000 brengt met zich mee dat er in alle 4 de schijven belasting moet worden betaald. Net zoals bij het vorige voorbeeld berekenen we eerst het maximale tarief van de eerste 3 schijven, waarna we het resterende bedrag in schijf 4 berekenen aangezien die geen maximum bedrag kent.
€20.384,- X 36,65% = €7.470
€13.916,- X 38,10% = €5.301 (€34.300 – €20.384 = €13.916)

€34.207 X 38,10% = €13.032 (€68.507 – €34.300 = €34.207)
€6.493 X 51,75% = €6.493 (€75.000 – €68.507 = €6.493)

€7.470 + €5.301 + €13.032 +  €6.493 = €32.296
Het totale belastingbedrag bedraagt in beginsel €32.296. Ook in dit geval mogen de heffingskortingen nog in mindering worden gebracht. Let er op dat steeds meer heffingskortingen inkomensafhankelijk zijn geworden. Dat houdt in dat ze minder worden – of zelfs helemaal niet meer bestaan – bij een bepaald inkomen.

  • Belastingberekening bij een box 1 inkomen van €30.000 (AOW-gerechtigde)

In deze situatie kijken we naar de hoeveelheid belasting die een AOW-gerechtigde betaald wanneer hij of zij een inkomen heeft van €30.000,-. De manier van rekenen is precies hetzelfde als in de situaties hiervoor, alleen rekenen we met de tarieven die horen bij de schijven uit de ‘AOW-tabel’.
€20.384 X 18,75% = €3.822
€9616 X 20.20% = €1.942 (€30.000 – €20.384 = €9.616)

Een AOW-gerechtigde met een inkomen van €30.000 betaald (voor aftrek van heffingskortingen) €5.764.

De toekomst van box 1

Voorheen kende elke schijf zijn eigen tarief. Bij de tarieven van 2019 is dit in principe ook het geval, alleen hebben schijf 2 en 3 hetzelfde tarief. Dit verklapt waar de toekomst van box 1 ligt. Het kabinet heeft in het belastingplan 2019 kenbaar gemaakt dat het in 2021 – uiteindelijk – naar een 2 schijven stelsel wil. Dit gaat in de richting  een vlaktaks. Het idee erachter is dat de tarieven in box 1 worden verlaagd, waardoor bepaalde aftrekposten (zoals de hypotheekrenteaftrek) kunnen worden afgeschaft. Dit maakt belastingen eenvoudiger en eerlijker volgens het kabinet.

Toptarief verder omlaag

Het toptarief van (voorheen) 52% wordt vanaf 2019 afgebouwd naar (uiteindelijk) 49,5% in 2021. De afbouw van dit toptarief gaat in verschillende fases. Met de afbouw wordt gestart in 2019, waarbij de eerste 0,25 procentpunt van het toptarief wordt gehaald.

Box 2 tarief 2019

Box 2 belast de winst (dividend) die een persoon ontvangt uit een onderneming waarbij een belang van 5% of groter wordt aangehouden. Box 2 kent slechts 1 schijf, met 1 tarief. Tot en met 2019 kent box 2 een tarief van 25% over het bruto dividend. Reeds betaalde dividendbelasting (15%) mag hierop in mindering worden gebracht. De verrekening hiervan vindt plaats bij de belastingaangifte.

De toekomst van het box 2 tarief

Vanaf 2020 gaat het box 2 tarief omhoog naar 26,25%. In 2021 stijgt het tarief verder met 0,65 procentpunt naar 26,9%. Hiertegenover staat dat het vennootschapsbelasting tarief omlaag gaat.

Box 3 tarieven 2019

Het tarief in box 3 is in 2019 30% over een forfaitair rendement. Een forfaitair rendement betekent een (door de overheid) vastgesteld rendement. Het is niet van belang of dat rendement ook daadwerkelijk behaald wordt. In de praktijk stuit dit fictieve rendement op veel weerstand, omdat (voornamelijk) spaarders dit rendement nooit behalen.
Sinds 2017 is box 3 progressief geworden. Dat houdt in dat naarmate er meer vermogen (lees: geld) is, er (relatief) meer belasting over betaald moet worden. Onderstaande tabel geeft meer duidelijkheid over de benadering van box 3 in 2019.

box 3 tarief 2019

Vrijstelling box 3

De eerste €30.360 (of voor fiscaal partners: €60.720) is vrijgesteld van vermogensbelasting. De meest bekende vormen van vermogen zijn: spaargeld, effecten, 2e woning maar ook cryptovaluta.

Rekenvoorbeeld box 3 2019

  • Alleenstaande met een vermogen van €250.000

 

box 3 tarief bij vermogen 250000

  • Fiscaal partners met een vermogen van €500.000

box 3 belasting vermogen 500000

Is dit artikel nuttig?

Vergelijkbare onderwerpen